mySugr Glucose Insights

Over CGM

Wat is het verschil tussen CGM en BGM?

Zowel BGM als CGM geven informatie over glucosespiegels.

De belangrijkste verschillen tussen deze twee zijn:

Meetfrequentie. De frequentie waarmee glucosewaarden worden gemeten, verschilt bij gebruik van BGM in vergelijking met CGM. Met BGM kunnen mensen met diabetes hun bloedglucosespiegel meerdere keren per dag meten, meestal vóór de maaltijden en vóór het slapengaan, afhankelijk van het type diabetes en de medicatie die wordt gebruikt. Met CGM wordt de glucosespiegel continu gemeten. De glucosewaarden die door de sensor in de huid worden verkregen, worden elke 5 minuten verzonden en gecombineerd tot een glucosecurve. Dit geeft een compleet beeld van de glucosespiegels gedurende de periode dat de sensor wordt gedragen.

Het meten van glucosespiegels in bloed vergeleken met in interstitiële vloeistof. BGM en CGM verschillen ook in de manier waarop glucosespiegels worden gemeten. BGM meet glucose in capillair bloed dat uit een vingertop (of soms op een andere plek, zoals de handpalm) wordt afgenomen, maar de CGM-sensor wordt in de huid geplaatst, meer specifiek in de vetlaag onder de huid (onderhuids vetweefsel). Daar meet de CGM-sensor de glucosespiegel in de vloeistof tussen de cellen (interstitiële vloeistof).

Het verschil in de meetlocatie (bloed of onderhuids vetweefsel) is een van de redenen waarom de BGM- en CGM-waarden op geen enkel moment hetzelfde zijn. BGM reageert sneller op veranderingen in bloedglucoseconcentraties dan CGM, omdat veranderingen van de glucosespiegel in het interstitiële vocht wat meer tijd kosten.

 

Een aanvraag indienen